volgens de hoge raad behoort het voordeel wegens eigen gebruik van een onroerende zaak in beginsel wel tot het rendementsbegrip, zoals de wetgever dit voor ogen heeft gestaan bij de vormgeving van het box-3-stelsel. maar hoe dat voordeel moet worden berekend, hangt af van keuzes die aan de wetgever zijn – en niet aan de belastingrechter. bij gebrek aan een wettelijke regeling voor de berekening van het voordeel bij eigen gebruik van een onroerende zaak, kan dat voordeel niet worden gekwantificeerd. daarom stelt de hoge raad dit voordeel op nihil.