de inspecteur berekent de kia als volgt: de totale investeringen van de dierenarts en die van de maatschap bedragen € 97.032. daarvoor geldt op grond van artikel 3.41 wet ib 2001 een kia van € 15.470. de kia bedraagt dus 15,94% van het totale bedrag van de investeringen. van die investeringen rekent de inspecteur € 63.268 (€ 56.515 plus 1/6 van € 40.517) toe aan de dierenarts. vervolgens berekent hij de kia voor de dierenarts op 15,94% van € 63.268 = € 10.085.
onjuiste berekeningswijze
de hoge raad oordeelt dat de inspecteur de samentelbepaling niet juist toepast. deze bepaling is namelijk alleen van belang om de hoogte van de kia te bepalen. omdat er in totaal € 97.032 is geïnvesteerd, bedraagt de kia € 15.740. de stelling dat de vennoten in een samenwerkingsverband tezamen geen aanspraak kunnen maken op een hogere kia dan wanneer er geen buitenvennootschappelijke investeringen zouden zijn gedaan, is onjuist. de stelling dat geen recht zou bestaan op een hogere kia dan in het geval wanneer alle investeringen door één ondernemer zouden zijn gedaan, is eveneens onjuist. de berekeningswijze van de dierenarts is correct. ook als de maatschap niet had geïnvesteerd, zou de dierenarts in 2013 recht hebben op het vaste bedrag aan kia van € 15.470. ook dan bedraagt zijn investering immers meer dan € 55.248 maar minder dan € 102.311. in een andere berekeningswijze voorziet de in 2010 gewijzigde kia-tabel niet.