de antwoorden van de hoge raad betreffen onder meer:
- ingeval een inspecteur ter uitvoering van een rechtelijke uitspraak een belastingplichtige in kennis stelt van de teruggaaf van op aangifte voldane belasting en de te vergoeden rente, kan de belastingplichtige tegen deze kennisgeving van de rentevergoeding alleen bezwaar maken als die vermelding kan worden aangemerkt als een rentebeschikking (30j awr). dit is in elk geval niet aan de orde als de inspecteur eerder al een rentebeschikking heeft gegeven.
- als er een bezwaar loopt tegen een rentebeschikking ter zake van een teruggaaf van op aangifte voldane belasting, waarover de bestuursrechter eerder ook een beslissing over de rentevergoeding heeft genomen, moet de inspecteur het bezwaar als beroepschrift doorzenden naar de rechtbank.
- het antwoord op de vraag of een bestuursrechter een beslissing over de rentevergoeding op een teruggaaf van op aangifte voldane belasting heeft genomen als er een rentebeschikking ontbreekt, hangt af van de beslissing in de rechtelijke uitspraak en de daarbij behorende overwegingen. de rechter hoeft niet expliciet het rentebedrag te noemen maar wel de elementen van de renteberekening.
- het nederlandse vergoedingspercentage van de belastingrente (4% enkelvoudige rente) is niet in strijd met het doeltreffendheidsbeginsel van het unierecht. daarbij geldt als voorwaarde dat de rente is berekend op basis van de bancaire rente op consumptief krediet en overige leningen aan huishoudens, zoals deze geldt aan het begin van de maand waarin de belasting ten onterechte is betaald.