de hoge raad stelt vervolgens vast dat de begunstigde voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling én er niet is gebleken dat de onroerende zaken in rechtspersonen zijn ingebracht om ovb te ontlopen. onder deze omstandigheden bestaat er volgens de hoge raad geen rechtvaardiging om de vrijstelling te onthouden. de vrijstelling ovb bij bedrijfsopvolging kan onder voorwaarden worden benut bij de verkrijging van aandelen in een vastgoed-bv. van belang is dat de vastgoed-bv een materiële onderneming drijft. in dat geval kan sprake zijn van een gelijke behandeling met de overdracht van een ib-onderneming met onroerende zaken. de bedrijfsopvolger moet bovendien een direct familielid zijn. dat wil zeggen: kind, kleinkind of broer/zus of de echtgeno(o)te van hen. ook moet er aan de doorkijkgedachte worden voldaan.

doorkijkgedachte
de hoge raad heeft in enkele zaken *) geoordeeld dat als de directe verkrijging van onroerende zaken leidt tot vrijstelling van ovb, de indirecte verkrijging van onroerende zaken via de aandelen van een vennootschap ook vrijgesteld moet zijn. er moet dus door de bv heen gekeken worden om te beoordelen of de overdracht van de onroerende zaak zelf in aanmerking komt voor een vrijstelling. in de onderhavige zaak is dit het geval voor de overdracht van de onroerende zaken van de vastgoed-bv. die zouden zonder bv-structuur vrijgesteld zijn van ovb.

*) ecli:nl:hr:2011:bq7580 en ecli:nl:hr:2007:au8559

gevolg eindoordeel
heb je gedurende deze slepende procedure de rechten van jouw cliënten in voorkomende gevallen steeds veiliggesteld door bij de aangifte ovb een beroep te doen op de vrijstelling? in dat geval betaalt deze actie zich nu uit met dit eindoordeel van de hoge raad. jouw cliënten kunnen hierdoor alsnog gebruikmaken van de vrijstelling.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief