in artikel 4:5 awb staat dat:
- het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:
c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
dit artikel is sinds 2022 vanuit de rechtspraak (ecli:nl:crvb:2022:2793) aangevuld met nadere voorwaarden. hieruit volgt dat je tegen een buitenbehandelingstelling in bezwaar kunt gaan – met toepassing van artikel 4:5 awb. je kunt de ontbrekende gegevens dan alsnog inbrengen in bezwaar. het uwv kan besluiten om tóch tot de inhoudelijke behandeling over te gaan op basis van de – alsnog in bezwaar – ingediende stukken, maar zij kan ook vasthouden aan de buitenbehandelingstelling. let op: houdt ze hieraan vast, dan kan zij dat alléén doen na een belangenafweging. hierbij moeten in beginsel alle – rechtstreeks – bij een besluit betrokken belangen worden afgewogen.
visie centrale raad van beroep
komt uit de later overlegde gegevens vast te staan dat de – pas – in bezwaar ingediende gegevens leiden tot een positieve uitkomst per datum van ingang van de aanvraag? dan betekent dit volgens de centrale raad van beroep dat de aanvrager een zwaarwegend belang heeft bij het alsnog in behandeling nemen van de aanvraag. goed nieuws! het uwv heeft dan weinig ruimte om de aanvraag niet inhoudelijk te behandelen. let wel: ontbrekende stukken kunnen alléén in bezwaar worden ingediend en niet (meer) in (hoger) beroep. wees daarom op tijd!