art. 47 awr geeft de inspecteur ruime bevoegdheden om informatie op te vragen bij een belastingplichtige. kortgezegd: als informatie van belang kan zijn voor de belastingheffing van de betrokken belastingplichtige, mag deze gewoon worden opgevraagd. met betrekking tot de door de inspecteur gestelde vragen over een buitenlandse bankrekening is het niet vereist dat vaststaand kan worden aangenomen dat de vrouw in de desbetreffende jaren over de rekening beschikte. een redelijk vermoeden van het bestaan daarvan is al toereikend.

 

niet specifiek genoeg

uit de parlementaire geschiedenis van art. 47 van de awr volgt dat de vragen van de inspecteur op grond van dit artikel individuele vragen moeten zijn, die om een individueel antwoord vragen. de vragen in de informatiebeschikking moesten daarom zodanig individueel en specifiek verwoord zijn, dat het voor de vrouw helder was welke informatie en stukken de inspecteur precies van haar wilde ontvangen. de inspecteur heeft de vrouw echter alleen de algemene vragen gesteld over de buitenlandse bankrekeningen die zij aanhield vanaf 1 januari 2003. die gang van zaken is niet te verenigen met het doel van de informatiebeschikking. dat doel bestaat uit het bieden van rechtsbescherming rondom de legitimiteit van het informatieverzoek én (het voorkomen van) de omkering van de bewijslast. het hof vernietigt de informatiebeschikking.

 

tip

uit deze uitspraak blijkt dat een informatiebeschikking onder omstandigheden met succes kan worden bestreden. wordt jouw klant geconfronteerd met een informatiebeschikking? neem dan contact op met micha soltysik via m.soltysik@fiscount.nl of via (038) 456 1900. het onderwerp informatiebeschikking komt ook aan de orde in de webinars ‘actualiteiten formeel belastingrecht’ en ‘boekenonderzoek: je rechten en plichten en risico’s’ tijdens de fiscount kennismarathon.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief