De rechtbank geeft aan dat de activiteiten van de gastouder moeten worden getoetst aan de volgende eisen:
- de duurzaamheid en omvang van de werkzaamheden;
- de grootte van de brutobaten,
- de winstverwachting;
- het lopen van ondernemersrisico;
- de beschikbare tijd voor de werkzaamheden;
- de bekendheid die naar buiten wordt gegeven aan de werkzaamheden;
- het aantal opdrachtgevers,
- de omvang van de investeringen.
De rechtbank komt tot de conclusie dat de gastouder aan alle genoemde punten voldoet, behalve het laatste punt. Dat staat echter niet in de weg aan haar ondernemerschap, maar is meer inherent aan het feit dat zij haar activiteiten aan huis verricht.
Het ondernemersrisico bestaat uit het debiteurenrisico en het inkomensrisico bij ziekte en afwezigheid. De gastouder doet zelf de acquisitie van vraagouders. Het tussenschuiven van gastouderbureaus is alleen nodig omdat de vraagouders anders geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag.