en dan komt de aap uit mouw: de inspecteur heeft geen beslissing genomen op de verzoeken, omdat hij graag wilde wachten op het owr-formulier. daarmee zou hij de verzoeken efficiënter kunnen afhandelen. rechtbank zeeland-west-brabant begrijpt dat dit formulier efficiënter is in de uitvoering. maar dit betekent niet dat de inspecteur geen beslissing moet nemen als de man hierop aandringt. de man heeft bovendien alle informatie al aangeleverd op grond waarvan de inspecteur in zijn individuele geval een beslissing kan nemen. het owr-formulier afwachten, is ook daarom niet nodig.
dwangsom verhoogd met wettelijke rente
de rechtbank legt de inspecteur een dwangsom op van € 100 per verzoek voor elke dag, waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden, met een maximum van € 15.000. over deze nog te bepalen dwangsom kan geen wettelijke rente worden vergoed. de man heeft verzocht om dwangsommen vast te stellen voor de dagen waarmee de beslistermijn al is overschreden. de belastingdienst moet in deze zaak een dwangsom betalen voor elke dag dat het te laat is, met een maximum van 42 dagen. de inspecteur moet de dwangsom vaststellen binnen 2 weken na de laatste dag waarover de dwangsom betaald moet worden. hij heeft de dwangsommen nog niet bij beschikking vastgesteld. de rechtbank doet dit daarom alsnog. de maximale dwangsom is in dit geval verschuldigd en bedraagt € 1.442 per verzoek. in totaal is dus € 2.884 verschuldigd. hierover is wél wettelijke rente verschuldigd. de inspecteur had de dwangsom uiterlijk op 12 november 2024 moeten vaststellen en uiterlijk op 24 december 2024 aan de man moeten betalen. hij moet de man daarom wettelijke rente betalen vanaf 24 december 2024 tot de datum waarop alles voor het betreffende verzoek is betaald.