Aan het einde van de 104 weken is deze zieke medewerker met een prikkelbeperking in staat om 30 van zijn 32 contracturen op te bouwen; 2 dagen thuis en 2 dagen op kantoor. Voorheen werkte hij van de 4 werkdagen 3 dagen op kantoor. Maar deze werkgever vindt 3 dagen werken op kantoor – na 104 weken – noodzakelijk omwille van kennisdeling en teamvorming. Tussen partijen ontstaat onenigheid over die ene extra thuiswerkdag.
Bij de claimbeoordeling vraagt het UWV aan de werkgever of het (aangepaste) werk van 2 dagen thuis structureel kan worden aangeboden. De werkgever weigert dit. Het UWV legt dan een loonsanctie op, ondanks dat meer dan 80% van de re-integratie is geslaagd. Doordat de werkgever de thuiswerkuren niet structureel aanbiedt, is het re-integratieresultaat niet bevredigend. Als gevolg hiervan gaat het UWV de re-integratie-inspanningen inhoudelijk toetsen.
Loonsanctie
Wat is de reden voor de loonsanctie? Omdat de werkgever de thuiswerkdagen niet structureel wil aanbieden, had hij tijdig Spoor 2 moeten inzetten. Ook had hij andere mogelijkheden binnen Spoor 1 moeten laten onderzoeken door een arbeidsdeskundige. De werkgever verzet zich tegen de loonsanctie. De rechter bevestigt dat het UWV terecht een loonsanctie heeft opgelegd, ondanks dat de re-integratie zover gevorderd was, de werkgever allerlei aanpassingen op kantoor had doorgevoerd en de werkgever niet van de werknemer af wil na 104 weken. Een bijzondere uitspraak, als je bedenkt deze loonsanctie uitsluitend gebaseerd is op de weigering om structureel ‘slechts’ één extra thuiswerkdag aan te bieden.
Heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? Neem dan contact op met mr. Joyce B.E. Paashuis via j.paashuis@fiscount.nl