lees meer
het jonge stel, geholpen door één van onze adviseurs (marco krijger), vindt in hoger beroep het gerechtshof aan hun zijde. het hof oordeelt dat:
- sprake is van een transactie tussen onafhankelijke partijen;
- daarbij in het algemeen een overeengekomen koopprijs niet afwijkt van de waarde in het economische verkeer[1];
- het niet aannemelijk is dat de verkoper een nichtje van een kennis samen met haar partner een voordeel heeft willen gunnen van € 35.000. de rechtbank had geoordeeld dat dit waardeverschil van € 35.000 tussen de hogere getaxeerde waarde in het economisch verkeer en de koopprijs geen marginale afwijking was;
- het feit dat bij de verkoop van het pand geen aan- en verkoopmakelaar is ingeschakeld en het pand niet via openbare bronnen is aangeboden, niet meebrengt dat het pand niet op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding is verkocht aan de meestbiedende gegadigde.
- dat het taxatierapport niet is opgesteld ten behoeve van de aankoop, maar met als doel het verkrijgen van de financiering en onbruikbaar is om te dienen als maatstaf van heffing, laat staan om een tussen onafhankelijke partijen overeengekomen prijs te ontkrachten.
de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak is daarmee gelijk aan de overeengekomen koopsom en bedraagt derhalve € 395.000. omdat dit een lagere waarde is dan het maximumbedrag van € 400.000 voor toepassing van de startersvrijstelling per 1 januari 2022, is de startersvrijstelling toch van toepassing.
[1] hr 24 januari 1990, ecli:nl:hr:1990:bh7729, bnb 1990/83