de rechtbank ontleent aan de volgende feiten en omstandigheden dat er sprake is van economische activiteiten – en dus van btw-plicht:

  • voor de levering van de goederen worden weliswaar lage prijzen betaald, maar dit doet niet af aan het gegeven dat er een tegenprestatie wordt verlangd voor de levering van het goed en de koper die ook wil betalen om het goed te krijgen;
  • uit het ondernemingsplan blijkt dat met de opbrengsten van de kringloopwinkel inkomsten moeten worden gegenereerd;
  • de stichting zoekt de publiciteit en maakt reclame op haar website;
  • de stichting treedt in concurrentie met andere kringloopwinkels en is daarmee vergelijkbaar, ook al is haar hoofddoel armoedebestrijding;
  • de goederen worden niet uit vrijgevigheid overgedragen aan de koper, maar tegen een prijs die in verband staat met het geleverde goed.

 

margeregeling

de margeregeling is niet van toepassing, omdat de feitelijke inkoopprijzen nihil zijn op het moment dat de goederen aan de stichting worden aangeboden. het is niet mogelijk om op dat moment een inkoopprijs te bepalen, omdat die prijs pas wordt bepaald bij de doorverkoop.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief