door de schenkingen in onderling verband te brengen, wordt duidelijk dat de betreffende ouders enkel aan de eigen kinderen hebben willen schenken. zij “schonken” immers ook aan de kinderen van de zakenrelatie, maar enkel vanwege de afspraak dat die ander dat dan in gelijke mate tegengesteld zou doen. daardoor zou je kunnen stellen, dat de kinderen vanwege deze afspraak feitelijk tweemaal een schenking van de eigen ouder ontvingen.

zowel de rechtbank als het hof nemen dit ook tot uitgangspunt. hof den haag overweegt dat de feiten en rechtshandelingen fiscaalrechtelijk moeten worden geïnterpreteerd. het niet fiscaalrechtelijk interpreteren zou in strijd zijn met doel en strekking van de wet. deze interpretatie leidt tot de conclusie dat sprake is geweest van het door de wetgever als ongewenst aangeduid kruislings schenken. de vrijstelling wordt slechts eenmaal verleend.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief