de inspecteur stelde zich op het standpunt dat de landbouwvrijstelling in het geheel niet van toepassing was. ten eerste omdat er sprake was van waardestijging als gevolg van een gewijzigde bestemming. ten tweede omdat de grond niet was aangewend in het agrarisch bedrijf.

het hof oordeelde in lijn met de inspecteur dat de waardestijging die is ontstaan als gevolg van gewijzigd gebruik (en niet door de autonome ontwikkeling van de wevab) inderdaad niet onder de landbouwvrijstelling valt. de verdere waardestijging van de wevab wél, omdat het rooien van de bomen ten behoeve van landbouw kan worden beschouwd als ingebruikname.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief