de rechtbank stelt vast dat de wetgever op fiscaal terrein een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de beantwoording van de vraag of gevallen gelijk zijn. en zo ja, of er een objectieve rechtvaardiging bestaat om deze gevallen dan toch verschillend te behandelen. de wetgever beoogt met de gestelde leeftijdsgrens de positie van startende kopers op de woning te verbeteren. het merendeel van de starters blijkt zich namelijk in deze leeftijdscategorie te bevinden. daarmee heeft de wetgever de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid niet overschreden. de startersvrijstelling is terecht niet toegepast.