Enkele feiten en omstandigheden maken het voor de inspecteur vrij eenvoudig om aan zijn bewijslast voor een onzakelijke lening te voldoen:
- bij aankoop had de werk-BV al een negatief eigen vermogen. Toch betaalt de holding-BV de vraagprijs van € 100.000;
- de rente wordt jaarlijks bijgeschreven op de rekening-courant;
- de holding-BV heeft geen noemenswaardige activa noch eigen activiteiten. Haar winst is daarom geheel afhankelijk van dividendinkomsten van de bij aankoop al verlieslijdende werk-BV;
- de holding-BV heeft bovendien geen invloed op het dividendbeleid van de werk-BV;
- er zijn geen zekerheden gesteld;
- een onafhankelijke derde zou de lening onder deze omstandigheden niet hebben verstrekt.
De rechtbank voegt er nog aan toe dat zelfs wanneer de lening bij de aankoop wel zakelijk zou zijn geweest, deze dat inmiddels niet meer zou zijn. Een onafhankelijk derde zou stappen hebben ondernomen richting de holding-BV, maar de DGA heeft geen enkele actie ondernomen.
Tip
Check bij de aankoop van aandelen altijd of de vraagprijs wel reëel is, door de waarde van de aan te kopen aandelen onafhankelijk te laten bepalen. Minimaliseer de kans op een onzakelijke lening en leg de leenafspraken tussen de DGA en zijn BV vast in een schriftelijke overeenkomst. Het risico op kwalificatie als onzakelijke lening is het kleinst, wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- er is een schriftelijke geldleningsovereenkomst, opgemaakt en ondertekend voorafgaand aan de geldverstrekking;
- er is een terugbetalingsverplichting met aflossingsplan overeengekomen;
- er zijn adequate zekerheden opgenomen;
- er is een marktconforme rente afgesproken.