rechtbank gelderland oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de lening bij het verstrekken daarvan onzakelijk was. het niet stellen van zekerheden, het bijschreven van rente en/of de afwezigheid van een aflosschema brengt niet automatisch mee dat een lening als onzakelijk moet worden beschouwd. maar heeft de vennootschap onder deze voorwaarden een debiteurenrisico gelopen dat zodanig groot is dat er geen onafhankelijke derde te vinden is die de lening met een grote(re) risico-opslag – bijvoorbeeld een hoge(re) rente – aan de zustervennootschap zou hebben verstrekt? de inspecteur heeft dit niet aannemelijk gemaakt. de waarde van de slipbaan was eind 2016 rond € 1 miljoen en deze stond voor € 1,3 miljoen te koop. de rechtbank leidt hieruit af dat de zustervennootschap dus verhaal bood.

onzakelijk geworden
subsidiair stelt de inspecteur dat de lening aan de zustervennootschap in 2017 onzakelijk is geworden vanwege de verkoop van de slipbaan. een zakelijk handelende derde zou de lening toen namelijk hebben opgeëist, wetende dat de slipbaan voor een te laag bedrag is verkocht. de rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat een onafhankelijke derde op het moment van de overdracht van de slipbaan actie had ondernomen. althans, in die zin dat hij de lening zou hebben opgeëist bij de zustervennootschap en dat hij daarin succesvol zou zijn geweest. er kan dus ook niet worden gezegd dat de lening ‘gedurende de rit’ onzakelijk is geworden.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief