de lijfrentetermijnen die ontvangen gaan worden, vormen opnieuw bijdrage-inkomen en daarmee ontstaat er dubbele bijdrageheffing. daar heeft de hoge raad (arrest van 4 februari 2022, nr. 21/01274) niets aan veranderd. vanwege de uitvoerbaarheid van de wetgeving is er uitdrukkelijk van afgezien om voor de inkomensafhankelijke bijdrage rekening te houden met draagkracht verminderende factoren. daar was volgens de hoge raad wel wat voor te zeggen. alleen bij omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrentevoorziening is dit jaren geleden rechtgezet en is er geen bijdrage-inkomen. bij de pensioenopbouw van werknemers is de premie wél aftrekbaar, omdat de pensioenpremie in mindering komt op het loon.