de rechtbank oordeelde dat de bemiddelingskosten onverschuldigd waren betaald (artikel 7:417 lid 4 jo. artikel 7:427 en 7:264 bw).
wie moet er betalen?
kern van het geschil: welk(e) (rechts)persoon moet de bemiddelingskosten aan de huurder terugbetalen? uit de feiten volgt dat er een bemiddelingsovereenkomst is gesloten met de vennootschap – maar deze is ontbonden en kan daarom niet meer in rechte worden aangesproken. er is geen sprake van een faillissement, maar van een uitschrijving uit het handelsregister. dit gebeurde slechts twee maanden nadat de rechter besliste dat de handelwijze bij de bemiddeling in strijd is met de wet. hierdoor werd de bv veroordeeld tot terugbetaling van de bemiddelingskosten. door zelf snel tot liquidatie over te gaan, is tegen de belangen van de schuldeisers ingegaan.
benadeling (potentiële) schuldeisers
de rechtbank overweegt dat in artikel 2:19, lid 4 bw is bepaald dat een vennootschap ophoudt te bestaan als er op het tijdstip van ontbinding geen baten meer aanwezig zijn. uit de feiten volgt dat er uitsluitend besloten werd tot liquidatie van de vennootschap om schuldeisers te beletten een vordering geldend te maken. men wist – of behoorde te weten – dat zich mogelijk meer schuldeisers zouden melden. door de liquidatie zijn de belangen van de (potentiële) schuldeisers opzettelijk veronachtzaamd.