de grondslag voor de loonstop is dat er geen recht is op loon. en dat voor de tijd dat de werkneemster zonder goede reden, geen opvolging geeft aan door de werkgever of deskundige (bedrijfsarts) gegeven redelijke voorschriften die erop gericht zijn om passende arbeid te verrichten (zie ook artikel 629, lid 3, sub d). in reactie hierop stelt de werkneemster een loonvorderingsprocedure in bij de rechter.
grondslag deugdelijk?
is artikel 629, lid 3, sub d een terechte grond voor de loonstop? de rechter wijst er – terecht – op dat deze grondslag voor een loonstop vereist dat werknemers voorschriften moeten volgen met betrekking tot werken maar … dat ze dan ook minstens in staat moeten zijn tot werken! daartoe moet je dus arbeidsvermogen hebben. dat is hier niet aan de orde, omdat de bedrijfsarts in het voorlaatste consult nog heeft aangegeven dat de werkneemster voorlopig niet kan werken. zij is – voorlopig – nog 100% arbeidsongeschikt. kortom, de grondslag voor de loonstop is ondeugdelijk.
loonstop of loonopschorting
kun je hieruit concluderen dat als de werkneemster wel zou kunnen werken, de loonstop wel mogelijk was op grond van dit artikel? een loonopschorting ligt hier meer voor de hand, zoals ook de rechter oordeelt. nu moet de werkgever het achterstallige loon met buitengerechtelijke kosten nabetalen. conclusie: een loonstop op grond van artikel 629, lid 3, sub d vereist arbeidsvermogen. bij volledige arbeidsongeschiktheid kun je dus geen loonstop inzetten op grond van dit (veelgebruikte) artikel.
heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? neem dan contact op met mr. joyce b.e. paashuis via j.paashuis@fiscount.nl.