als gevolg hiervan ontvangt de werknemer een lagere uitkering. dat is in strijd met het dagloonbesluit. de wetgever heeft daarin nadrukkelijk opgenomen dat zoveel als mogelijk voorkomen moet worden dat ziekteperiodes een dagloonverlagend effect hebben. hoe werkt dit dan in de praktijk? niet alleen bij ziekte, maar ook bij verschillende verlofvormen, moet het uwv twee berekeningen maken: een berekening mét de perioden van ziekte/verlof én een berekening waarin naar vervangende loonaangiftetijdvakken wordt gekeken voor (in deze casus) de maanden oktober tot en met december. als die er niet zijn, dan is het overeengekomen loon leidend. de berekening met de hoogste uitkomst bepaalt de definitieve uitkering.

voorbeeld
vast loon per maand: € 3.200 bruto. tijdens ziekte krijgt de werknemer in de periode oktober t/m december een loon van € 2.240 (70%).

  • berekening één: (9 x € 3.200 = € 28.800) + (3 x € 2.240 = € 6.720) = € 35.520.
  • berekening twee: zowel de aansluitende maand vóór ziekte (september) als de aansluitende maand na ziekte (januari), kunnen achtereenvolgens als vervangende loonaangiftetijdvakken dienen, omdat ze beide binnen de referteperiode vallen. de berekening is dan: (12 x € 3.200) = € 38.400. de werknemer heeft recht op het hoogste dagloon.

beide berekeningen vinden plaats over de sv-loonbetalingen in de referteperiode. die loopt van 1 augustus 2020 tot en met 31 juli 2021. let op: in principe tellen alleen de betalingen mee die zijn ontvangen in de referteperiode. ontvang je een dagloonberekening? let hier dan goed op.

heb je hulp nodig bij het vaststellen van het dagloon? neem dan contact op met mr. joyce b.e. paashuis via j.paashuis@fiscount.nl of (06) 546 88 230.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief