tip

verwerk in een managementovereenkomst de relevante bepalingen uit een modelovereenkomst van de belastingdienst. dat biedt meer zekerheid.

 

lees meer

de staatssecretaris heeft de cassatie tegen de uitspraak van hof amsterdam ingetrokken. hoe waren de feiten? een werkmaatschappij heeft een holding als enig aandeelhouder. de aandelen van de holding worden gehouden door 3 persoonlijke holdings in een verhouding van 50%, 25% en 25%.

tot oktober 2009 waren de drie dga’s van de persoonlijke holdings bestuurder van de holding. na oktober 2009 zijn de persoonlijke holdings bestuurder van de holding en de holding is bestuurder van de werkmaatschappij. tussen de holding en de werkmaatschappij en tussen de persoonlijke holdings en de holding worden managementovereenkomsten gesloten. volgens de statuten kunnen de aandeelhouders bestuurders alleen met een meerderheid van twee derde van de stemmen ontslaan. alle aandeelhouders hebben bij een besluit over het ontslag van een bestuurder 6 stemmen.

 

naheffing

over de jaren 2012 tot en met 2015 legt de inspecteur aan de werkmaatschappij naheffingsaanslagen loonheffingen op, omdat naar zijn mening de minderheidsaandeelhouders verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. hij voert daarvoor aan dat er in 2009 feitelijk niets was gewijzigd en slechts het salaris was vervangen door een managementvergoeding.

 

uitspraak

de inspecteur miskent dat er reële wijzigingen hebben plaatsgevonden:

  • (de hoogte van) de managementbeloning is gewijzigd;
  • de positie van de dga’s is gewijzigd (zij zijn niet als natuurlijk persoon gecontracteerd);
  • de privéaansprakelijkheid is gewijzigd;
  • er zijn facturen met omzetbelasting opgesteld over de managementvergoedingen;
  • partijen wilden geen arbeidsovereenkomst aangaan;
  • in de arbeidsovereenkomst was opgenomen dat de dga’s mede waren belast met het bestuur van de deelneming en het feit dat de dga die werkzaamheden ook daadwerkelijk heeft verricht, wijst niet op het tegendeel.

 

rechtbank en hof oordelen dat de minderheidsaandeelhouders geen werknemer zijn van de maatschappij – en dus niet verplicht verzekerd zijn.

 

commentaar

hier wordt maar weer eens bevestigd dat de belastingdienst niet zomaar kan stellen dat een managementovereenkomst tussen twee vennootschappen een arbeidsovereenkomst is. er kan evenmin sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking, omdat er geen arbeidsverhouding is met een natuurlijk persoon. pas als de belastingdienst kan bewijzen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, kom je toe aan de uitzonderingen van de regeling aanwijzing dga. in de uitspraak wordt hier met geen woord over gerept. uit de feiten blijkt echter dat bij besluiten over het ontslag van een bestuurder alle drie de aandeelhouders zes stemmen hadden. daarmee wordt voldaan aan de uitzondering in de oude regeling aanwijzing dga (voor 2016) voor bestuurders die allen een gelijk aantal stemmen kunnen uitbrengen. in de regeling aanwijzing dga 2016 geldt als voorwaarde dat de bestuurders samen alle aandelen bezitten en het kapitaal van de vennootschap gelijk onder hen is verdeeld. een aandelenverhouding van 50/25/25 voldoet daar niet aan.

maar zoals gezegd: het hof komt niet aan deze uitzonderingen toe, omdat er al geen sprake was van een arbeidsovereenkomst.

 

deze uitspraak wordt ook behandeld tijdens de cursus adviseren over-loon en verzekeringsplicht van de dga

 

hans tabak adviseur loonheffingen |internationaal | trainer

0575-433555 of h.tabak@fiscount.nl.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief