de stichting was gevestigd op het woonadres van de aandeelhouder in nederland, die ook haar bestuurder was. de stichting bleef de koopsom schuldig en betaalde daarover jaarlijks 4,25% rente. de bv gebruikte vervolgens de vordering op de stichting als storting op aandelen bij de oprichting van een tweede bv. hoewel een op curaçao gevestigd trustkantoor als statutair bestuurder van de bv’s werd benoemd, stelt de inspecteur dat de feitelijke leiding vanuit nederland werd uitgeoefend en zij daarom in nederland vpb-plichtig zijn. hij legt daarbij niet alleen aan de bv’s navorderingsaanslagen met boetes op, maar het fiscaal advieskantoor krijgt als medepleger ook een boete van € 50.000. maar is dat terecht?

de rechtbank oordeelt dat – omdat niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat de feitelijke leiding vanuit nederland werd uitgeoefend – het ook niet zo kan zijn dat de inspecteur overtuigend heeft aangetoond dat het advieskantoor opzettelijk of grofschuldig wist dat de eerste bv een fiscaal delict pleegde. aan het advieskantoor wordt daarom in het kader van de rechtmatigheid van de boete het voordeel van die twijfel gegund. de boete wordt vernietigd en het advieskantoor komt met de schrik vrij.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief