en werknemer was in dienst van een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst. op enig moment stelde de werkgever dat de werknemer niet meer in dienst was, maar als zzp’er zijn diensten verleende. en dat het einde dienstverband mondeling was gesloten via een vaststellingsovereenkomst (vso). de werknemer ontkende dit en eiste via de rechter een verklaring voor recht dat hij op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst was. de werknemer kreeg gelijk. artikel 7:670b lid 1 bw geeft duidelijk weer dat een overeenkomst ter beëindiging van een arbeidsovereenkomst slechts geldig is indien deze schriftelijk is aangegaan. dit was in casu niet het geval en de werkgever trok dus aan het kortste eind.

ander scenario
stel nu dat de werkgever en werknemer wél met elkaar mondeling de afspraak hadden gemaakt dat het dienstverband was beëindigd via een vso. dan nóg was deze afspraak ongeldig, omdat die beëindigingsovereenkomst niet schriftelijk was aangegaan. de ratio hierachter: de werknemer moet ondubbelzinnig hebben verklaard dat hij het eens is met het einde van het dienstverband (rechtsbescherming voor de werknemer). voor werkgevers is het dan ook altijd van belang om te beschikken over deze ondubbelzinnige verklaring. een werknemer heeft na het ondertekenen van een vso 14 dagen bedenktijd om de overeenkomst zonder opgaaf van reden te ontbinden, via een aan de werkgever gerichte schriftelijke verklaring. juridisch gezien is vastlegging voor beide partijen dan ook van essentiële waarde.

tip
zorg er dus als werkgever altijd voor dat je gemaakte afspraken met een werknemer ter beëindiging van zijn of haar arbeidsovereenkomst schriftelijk vastlegt en ondertekent. dit voorkomt bewijslastproblemen en zorgt voor geldigheid van de gemaakte afspraken.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief