commentaar

recht op lkv
de discussie over het lkv oudere werknemer betreft uitsluitend de vraag of bv 2 recht heeft op het lkv over de periode dat haar werknemers nog in dienst waren van bv 1, omdat sprake is van een nieuwe werkgever. de rechtbank oordeelt dat hier formeel weliswaar sprake is van dienstbetrekkingen bij twee verschillende werkgevers, maar dat deze materieel moeten worden beschouwd als één dienstbetrekking bij één werkgever. de arbeidsomstandigheden, werkzaamheden en arbeidsovereenkomsten zijn niet veranderd en de werkgever is nog steeds het concern. in dit geval is ook sprake van een uitkeringssituatie voorafgaand aan de dienstbetrekking, waardoor bv 2 dan in zoverre recht op lkv heeft. dat dat recht niet voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst, maar uit een beschikking van de belastingdienst, maakt dat niet anders. de overgang van onderneming heeft immers onder algemene titel plaatsgevonden. ook doet daaraan niet af dat de inhoudingsplichtige voor de loonbelasting (en daarmee de werkgever) is gewijzigd.

recht op liv
met verwijzing naar gerechtshof arnhem-leeuwarden (24 mei 2022) oordeelt de rechtbank dat ook voor het liv de dienstbetrekking is blijven bestaan na de overgang. het draait hierbij om de vraag of van een werknemer ten minste 1.248 uren zijn verloond en niet om de vraag of die uren binnen het concern wel bij dezelfde bv zijn verloond. dat volgt ook uit de wetsgeschiedenis: ‘indien een werknemer meerdere dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever heeft, die in feite als één dienstbetrekking kunnen worden beschouwd, dan moeten de uren van beide dienstbetrekkingen bij elkaar worden opgeteld.’ het urencriterium speelt geen rol wanneer personeel overgaat naar een andere, nieuw opgerichte werkgever binnen hetzelfde concern en er materieel geen sprake is van een wijziging van werkgever. het urencriterium speelt slechts bij overname van personeel door een derde partij. de bij bv 1 en bv 2 gewerkte uren moeten bij elkaar worden opgeteld, waardoor wordt voldaan aan het urencriterium en recht bestaat op liv.

de rechtbank merkt ook nog op dat het kennisdocument wet tegemoetkomingen loondomein (wtl) niets anders is dan een standpuntbepaling van de belastingdienst over de wtl, en dus geen strengere normen kan stellen dan de wet. de rechtbank verklaart het beroep gegrond. overigens is er al een wetsvoorstel waarin dit wettelijk wordt geregeld.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief