hof arnhem-leeuwarden heeft hier recentelijk een arrest over gewezen. de vraag die speelde was of de heffingsambtenaar wel bevoegd was om de naheffingsaanslag op te leggen. in deze zaak heeft een belanghebbende zijn auto geparkeerd in een ‘betaald parkeren’-gebied, waar het eerste uur parkeren gratis is. en omdat belanghebbende langer dan een uur heeft geparkeerd en geen parkeerbelasting heeft betaald, heeft de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag opgelegd, die bestaat uit € 0 aan parkeerbelasting en € 66,50 aan kosten.
geen naheffing
de heffingsambtenaar had ervoor kunnen kiezen om ook de parkeertijd boven de 60 minuten nog in rekening te brengen, maar heeft daar (waarschijnlijk uit coulance) niet voor gekozen. dit pakt goed uit voor onze parkeerder, want het hof vernietigt de naheffingsaanslag. die aanslag is namelijk gebaseerd op artikel 20 van de awr, waarin staat dat het moet gaan om een situatie waarin belasting die op aangifte behoorde te worden voldaan, niet is betaald. en omdat de heffingsambtenaar hier geen parkeerbelasting heeft nageheven, is hij niet bevoegd tot naheffing. ook al had hij ervoor kunnen kiezen om in plaats van het tarief van het eerste uur (gratis) het tarief van het tweede uur (€ 1) na te heffen. het hof beschermt hiermee de rechten van belastingplichtigen tegen niet gerechtvaardigde aanslagen en maakt de reikwijdte van artikel 20 awr duidelijker.
tip
vaak wordt tevergeefs de wanverhouding tussen de hoogte van de kosten en de verschuldigde belasting aangevoerd als grond voor vernietiging of verlaging van die hatelijke parkeerbon. duidelijk is nu dat als er helemaal geen belasting wordt nageheven, er ook geen grond bestaat voor een naheffingsaanslag, waarop alleen kosten worden geheven.