de 3-jaarstermijn voor het opleggen van een primitieve aanslag erfbelasting in deze zaak verstreek op 14 mei 2018. de inspecteur en de zoon zijn het erover eens dat geen sprake is van te kwader trouw. de inspecteur heeft daarom een nieuw feit nodig om te kunnen navorderen. hij legde de navorderingsaanslag op nadat gegevens uit een strafrechtelijk onderzoek op 30 oktober 2018 aan hem bekend waren geworden. dat onderzoek betrof de omvang van het vermogen van de erflater en zijn woonplaats in de jaren voorafgaand aan zijn overlijden. de inspecteur verklaart tijdens de zitting dat hij vóór het verstrijken van de 3-jaarstermijn wist dat de inspecteur inkomstenbelasting onder meer een woonplaatsonderzoek deed. omdat de uitkomst daarvan hem na het verstrijken van de 3-jaarstermijn pas bekend werd, meent hij over een nieuw feit te beschikken. rechtbank zeeland-west-brabant ziet dit anders.
oordeel rechtbank
in zijn brief van april 2017 neemt de inspecteur een duidelijk standpunt in over de woonplaats van de erflater. dit was ruim vóór het verstrijken van de 3-jaarstermijn. daarnaast had de inspecteur werkafspraken met de inspecteur inkomstenbelasting over de uitkomst van het woonplaatsonderzoek. een behoorlijke en voortvarende taakuitoefening brengt dan mee dat de inspecteur vóór het verstrijken van de 3-jaarstermijn in elk geval had moeten informeren bij de inspecteur inkomstenbelasting naar het lopende onderzoek en ook toen al had moeten beoordelen of de woonplaats van de erflater in nederland lag. de rechtbank oordeelt daarom dat de inspecteur op 14 mei 2018 over zodanige informatie beschikte, dan wel behoorde te beschikken, dat hij op basis daarvan in redelijkheid had kunnen concluderen dat er erfbelasting verschuldigd is. hij had toen al een primitieve aanslag moeten opleggen. de inspecteur beschikt dus niet over een nieuw feit voor het opleggen van een navorderingsaanslag.
duur foutje
deze zaak draaide voor de fiscus uit op een duur foutje. de rechtbank vernietigde naast de aanslag over de verkrijging van ruim € 10,5 miljoen, ook de in rekening gebrachte belastingrente van ruim € 368.000 en de vergrijpboete van ruim € 1.050.000.