hof amsterdam stelt voorop dat het normbedrag van de gebruikelijkloonregeling niet tijdsgelang kan worden toegepast en verwijst hiervoor naar hoge raad 10 juni 2005. nu vaststaat dat de dga een aanmerkelijk belang heeft in de bv en daar ook werkzaamheden voor verrichtte, moet ten minste een gebruikelijk loon van € 44.000 (in 2015) in aanmerking worden genomen. het is vervolgens aan de dga om aannemelijk te maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 44.000 (in 2015). de dga stelt enkel dat er maar vier maanden arbeid is verricht. het hof overweegt dat indien ervan uit wordt gegaan dat dit zo is, de kortere tijdsduur op zichzelf nog geen vermindering van het normbedrag oplevert, omdat dit niet tijdsgelang wordt toegepast.
ook overigens heeft de dga niet aannemelijk gemaakt dat een passend gebruikelijk loon voor de verrichte arbeid lager zou moeten zijn dan € 44.000 (in 2015). oók niet wanneer dit loon betrekking zou hebben op werkzaamheden die niet het hele jaar hebben geduurd. het hof houdt hierbij rekening met het feit dat met de opdrachtgever een arbeidsbeloning van € 410 per dag (met een maximum van € 45.100) is overeengekomen voor 4 maanden. bovendien is op de rekening van de bv in de periode van maart tot in november 2015 een totaalsom van € 88.043 ontvangen van de opdrachtgever. daarnaast was er nog de ter beschikking gestelde auto. op grond van deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, bestaat er geen aanleiding om een lager bedrag in aanmerking te nemen dan het normbedrag.
hans tabak behandelt deze uitspraak en ook het vervallen van de doelmatigheidsmarge van 25% in de gebruikelijkloonregeling in de cursus ‘risico’s en kansen bij je advies over management-bv’s’ tijdens de fiscount kennismarathon.