de systematiek voor het bepalen van het werkelijke rendement van groene beleggingen gaat ook gelden voor:
- de vrijstelling voor rechten op een kapitaalsuitkering bij overlijden van de belastingplichtige of een bloed- of aanverwant, dan wel op prestaties die zien op de verzorging van een uitvaart;
- de vrijstelling voor contant geld;
- de vrijstelling die op grond van overgangsrecht geldt voor bepaalde op 14 september 1999 bestaande levensverzekeringen waarbij een kapitaal is verzekerd.
de waardebepaling van het werkelijke rendement van het eerstgenoemde vermogensbestanddeel is niet helemaal gelijk aan die voor groene beleggingen. de vrijstelling bij deze levensverzekeringen is namelijk een drempelvrijstelling. als de vrijstelling wordt overschreden, vervalt de vrijstelling en wordt de volledige waarde van de levensverzekering tot de bezittingen gerekend. deze in de huidige forfaitaire systematiek opgenomen alles-of-nietsbenadering geldt ook voor de tegenbewijsregeling: bij overschrijding van de vrijstelling op de peildatum van 1 januari wordt het volledige werkelijke rendement in het betreffende kalenderjaar van de levensverzekering belast.
onregelmatige handelingen bij een nettopensioen of -lijfrente
in de nota van wijziging wordt ook alsnog een regeling getroffen voor de gevolgen van een onregelmatige handeling bij een nettopensioen of een nettolijfrente.
naast de nota van wijziging bij de wet tegenbewijsregeling box 3 is ook de nota naar aanleiding van het verslag ingediend bij de tweede kamer.