de chauffeurs verrichten geen substantieel gedeelte van hun werkzaamheden in nederland. dit heeft tot gevolg dat de sociale verzekeringswetgeving wordt aangewezen van het land waar hun werkgever is gevestigd. daarom is het van belang om vast te stellen wie nu feitelijk hun werkgever is.

werkelijkheid gaat boven formele afspraken

het europese hof had de vraag te beantwoorden wie de werkgever was van een internationaal vrachtwagenchauffeur. is dat de vervoersonderneming die deze chauffeur in dienst heeft genomen, die feitelijk volledig de beschikking over hem heeft, die het feitelijke gezag over hem uitoefent en die feitelijk de overeenkomstige loonkosten draagt? of is dit de onderneming waarmee diezelfde chauffeur een arbeidsovereenkomst heeft gesloten en die hem zijn loon betaalt? het begrip ‘werkgever’ wordt in verordening (eg) nr. 883/2004 niet uitgelegd of toegelicht. voor de vaststelling van de toepasselijke wetgeving is het echter wel van belang dat dit begrip binnen de eu autonoom wordt uitgelegd. het eu-hof had al eerder geoordeeld dat wanneer uit andere relevante factoren dan de contracten blijkt dat de situatie van een werknemer feitelijk anders is dan de in die documenten beschreven situatie, de werkelijke situatie van de werknemer dan de doorslag geeft. de arbeidsovereenkomst kan weliswaar een aanwijzing zijn dat er een band van ondergeschiktheid bestaat tussen die werknemer en die onderneming, maar dat is op zich niet doorslaggevend. daarvoor dient namelijk ook rekening te worden gehouden met de wijze waarop de verplichtingen van de werknemer en de betrokken onderneming in het kader van die overeenkomst in de praktijk worden uitgevoerd. derhalve dient die onderneming als werkgever te worden aangewezen die het feitelijke gezag over de werknemer uitoefent, feitelijk de loonkosten draagt en feitelijk bevoegd is om die werknemer te ontslaan.

doorslaggevende feiten

uit de feiten blijkt dat de vrachtwagenchauffeurs door de vervoersondernemingen zelf waren geselecteerd, voordat de arbeidsovereenkomsten met de onderneming op cyprus werden gesloten. de chauffeurs hebben daarna hun werkzaamheden voor rekening en risico van de vervoersondernemingen verricht. bovendien werd het beheer van de vrachtwagens weliswaar toevertrouwd aan de onderneming op cyprus en deed deze ook de loonadministratie, maar uit feiten volgt dat de loonkosten, via de betaalde commissie, werden gedragen door de vervoersondernemingen. daarbij komt dat het besluit van een vervoersonderneming om niet langer een beroep te doen op een bepaalde vrachtwagenchauffeur meestal leidde tot ontslag door de onderneming op cyprus. dat wijst erop dat de vervoersonderneming feitelijk bevoegd was om de betrokken vrachtwagenchauffeur te ontslaan.

in de dagelijkse gang van zaken veranderde er na de tussenkomst van de cypriotische onderneming niets of weinig in de relatie tussen de vrachtwagenchauffeurs en de betrokken ondernemingen, omdat deze ondernemingen feitelijk volledig de beschikking over hen bleven houden en feitelijk het gezag over hen bleven uitoefenen. omdat uit de feiten volgt dat de nederlandse ondernemingen de werkgever waren van de vrachtwagenchauffeurs is de nederlandse sociale zekerheidswetgeving op hen van toepassing.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief