ict-onderneming a betwist dat de aangetroffen facturen bij ict-bedrijf j van haar afkomstig zijn. de inspecteur heeft een navorderingsaanslag vpb opgelegd aan ict-onderneming a én een btw-naheffingsaanslag met vergrijpboetes. het hof overweegt dat ict-onderneming a voor de vpb niet de vereiste aangifte heeft gedaan. de ict-onderneming heeft de aangifte namelijk pas ingediend nadat de inspecteur een ambtshalve aanslag had opgelegd. hierdoor moet de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard. de inspecteur blijft op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 awb) ook bij omkering en verzwaring van de bewijslast een zekere onderzoeksverplichting houden. in deze zaak had de inspecteur de authenticiteit van de facturen in de administratie van ict-bedrijf j nader moeten onderzoeken, gezien de gemotiveerde stellingen van ict-onderneming a. door dit nadere onderzoek achterwege te laten, is de navorderingsaanslag vpb niet gebaseerd op een redelijke schatting. hof arnhem-leeuwarden heeft daarom de navorderingsaanslag vpb en de daarbij opgelegde boete vernietigd.
btw-naheffingsaanslag
met betrekking tot de btw-naheffingsaanslag oordeelt het hof dat ict-onderneming a voor één tijdvak niet de vereiste aangifte heeft gedaan. daardoor hoeft alleen de bewijslast voor dat tijdvak te worden omgekeerd en verzwaard. de naheffingsaanslag is voor het betreffende tijdvak niet gebaseerd op een redelijke schatting. het hof vermindert de btw-naheffingsaanslag tot € 1.100 en de daarbij opgelegde boete tot € 550. de vergrijpboete wordt verder verminderd met 15% in verband met overschrijding van de redelijke termijn.