• volgens artikel 2:210 lid 2 bw moeten alle bestuurders en – als die er zijn – alle commissarissen de jaarrekening ondertekenen. dit geldt ook voor kleine rechtspersonen. de handtekening bevestigt dat het orgaan zich achter de inhoud van de opgestelde jaarrekening schaart. ontbreekt een handtekening? dan moet worden toegelicht waarom.
  • onder ‘commissarissen’ worden ook leden van de raad van toezicht (rvt) verstaan. de wet maakt geen onderscheid: als een organisatie een raad van commissarissen (rvc) óf een raad van toezicht kent, moeten alle leden van dat toezichthoudende orgaan (artikel 2:300 lid 2 bw) de jaarrekening ondertekenen.
  • de ondertekening vindt plaats vóór of bij het vaststellen van de jaarrekening. de gebruikelijke volgorde is: opstellen – ondertekenen – vaststellen. let op: de termijn voor opstellen is uiterlijk binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar (met mogelijke verlenging van vijf maanden). de ondertekening moet dus tijdig plaatsvinden binnen dit traject.
  • de ondertekening is geen vrijblijvende formaliteit. als een bestuurder niet ondertekent zonder geldige reden, kan dit bij procedures over bijvoorbeeld aansprakelijkheid worden gebruikt als signaal van interne verdeeldheid of onzorgvuldigheid. het ontbreken van de ondertekening is bovendien formeel een onvolledigheid in de jaarrekening.

tip
stem tijdig af wie moet ondertekenen en maak waar mogelijk gebruik van digitale ondertekening – dat versnelt het proces en voorkomt vertraging bij de vaststelling.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief