Wat zegt Nederland nu echt?
Het onderzoek van het WODC rust op vier pijlers: juridische analyse, vergelijking met België, Frankrijk en Duitsland, een grote maatschappelijke enquête en diepte-interviews via focusgroepen. De uitkomst is dat veertig procent van de Nederlanders de legitieme portie altijd wil behouden. Slechts negentien procent vindt dat het recht volledig kan worden afgeschaft. De rest zit ertussenin en beoordeelt het per situatie. Per saldo steunt dus een meerderheid het behoud van deze beschermingsregel. Ook in de omringende landen blijft de legitimiteit van de legitieme portie stevig verankerd in het idee van de ouder-kindband.
De menselijke pijn achter de cijfers
Onterving door ouders wordt ervaren als pijnlijk, onrechtvaardig en vaak relationeel verwoestend. De onderzoekers signaleren dat procedures over legitieme porties zwaar, emotioneel en langdurig zijn. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat volledige afschaffing ook nadelen heeft. Het erfrecht zou eenvoudiger worden en conflicten over berekeningen en inzage zouden verminderen, maar kinderen zouden zonder bescherming komen te staan. Daarmee ontstaat juist weer ruimte voor nieuwe conflicten, bijvoorbeeld over de geldigheid van testamenten. De fundamentele spanning tussen bescherming en autonomie blijft dus bestaan, ongeacht de richting van de hervorming. Het WODC-rapport maakt hiermee één ding duidelijk: de samenleving is nog niet klaar om de legitieme portie los te laten. De staatssecretaris schuift de keuze door naar een volgend kabinet.