Volgens de inspecteur kwalificeert de regeling in de koopovereenkomst niet als ontbindende voorwaarde, omdat:
- de regeling een persoonlijke verplichting van de verkoper onder opschortende voorwaarde is. Hierdoor is de teruglevering niet het gevolg van het in vervulling gaan van een ontbindende voorwaarde (artikel 19, lid 1, onderdeel a Wbr), maar het gevolg van een obligatoire verbintenis tussen partijen die voortvloeit uit de regeling in de koopovereenkomst;
- de notaris een akte van teruglevering heeft opgesteld. Dit betekent dat – als al sprake zou zijn van een ontbindende voorwaarde – deze geen goederenrechtelijke werking heeft. In dat geval had de notaris namelijk kunnen volstaan met constateren dat de ontbindende voorwaarde is ingeroepen;
- er geen sprake is van non-conformiteit. Daarvan is sprake als de geleverde zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Uit de koopovereenkomst kan niet worden afgeleid dat de man en zijn compagnon geen verontreiniging mochten verwachten.
Rechtbank Noord-Nederland past de Haviltex-maatstaf toe en oordeelt dat de regeling in de koopovereenkomst wel een ontbindende voorwaarde inhoudt. Dat de notaris onnodig een akte van teruglevering heeft opgemaakt, doet niets af aan wat partijen zijn overeengekomen; een ontbindende voorwaarde met goederenrechtelijke werking.