rechtbank zeeland-west-brabant stelt vast dat er sprake is van een onzakelijke lening van de holding bv aan de werk-bv, die leidt tot een verkapte winstuitdeling bij de dga. de dga heeft als gevolg van de kwijtschelding van de lening een 100% informele kapitaalstorting gedaan in de werk-bv, waarmee de verkrijgingsprijs van zijn aanmerkelijk belang in deze bv moet worden verhoogd. het verlies dat de dga vervolgens lijdt bij liquidatie van de werk-bv vloeit voort uit het door hem als aandeelhouder aanvaarde debiteurenrisico en berust dus op aandeelhoudersmotieven.

besluit sluit schenking aan overige aandeelhouders uit

de dga beroept zich ook terecht op een verzamelbesluit van de staatssecretaris van 9 maart 2018, waarin vastligt dat een onzakelijke lening een informele kapitaalstorting is. ook als de aandeelhouder niet alle aandelen in de bv bezit. de dga voldoet aan de voorwaarde dat de kwijtschelding van de lening niet tot een schenking leidt bij de anderen aandeelhouders (lees: de kinderen). de informele kapitaalstorting als gevolg van de kwijtschelding heeft niet geleid tot een hogere waarde van de aandelen in de werk-bv dan nihil. zowel voor als na deze kapitaalstorting is de waarde van de aandelen in de werk-bv nihil als gevolg van de negatieve stand van het vermogen. de andere aandeelhouders (de kinderen) zijn dus niet verrijkt, waardoor er geen sprake is van een schenking. de dga kan daardoor in 2016 bij de liquidatie van de werk-bv de door de informele kapitaalstorting verhoogde verkrijgingsprijs in aftrek brengen. de navorderingsaanslag moet worden vernietigd.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief