volgens de rechtbank is er sprake van onzakelijke leningen. de vermogenspositie van de dga is namelijk dusdanig dat er geen voorwaarden denkbaar zijn waaronder een onafhankelijke derde dergelijke leningen zou hebben verstrekt. de opnames van de dga zijn volgens de rechter feitelijk pensioenuitkeringen uit de bv. hierdoor kan de pensioen-bv – gezien haar financiële positie – niet meer voldoen aan haar pensioenverplichtingen. er is sprake van een (gedeeltelijke) afkoop van de pensioenaanspraak, met als gevolg dat de totale pensioenaanspraak dan tot het belastbaar box-1-inkomen moet worden gerekend. ook de in rekening gebrachte revisierente (€ 69.872) is terecht.