de verhouding 90%-10% waarmee de inspecteur wel bereid is akkoord te gaan, komt niet zomaar uit de lucht vallen. die verhouding ontleent de inspecteur aan de collectiviteitseis van de vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi). de rechtbank oordeelt echter dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat een binnen de familiekring opgericht fonds per definitie een beleggingsinstelling is. het fonds kwalificeert als ofgr en is dus belastingplichtig voor de vpb. de participaties vormen daardoor geen box-3-vermogen.