in tegenstelling tot hof den bosch oordeelt de hoge raad dat jongvee en melkkoeien wel goederen zijn waarop wordt afgeschreven voor de ib of vpb. daarom is herziening van de btw in de opfokkosten wel mogelijk. de uitkomst van deze hoge raad-uitspraak is ook meer in lijn met de normen die de belastingdienst voorschrijft aan landbouwers, over hoe zij de afschrijving moeten berekenen. daarbij wordt ook rekening gehouden met de opfokkosten.
let op
deze uitspraak van de hoge raad is ook van belang in het kader van de afschaffing van de landbouwregeling per 1 januari 2018. landbouwers konden immers in 2018 in hun btw-aangifte in één keer de aftrek van voorbelasting herzien. heb je vorig jaar in afwachting van de uitspraak van de hoge raad de herzienings-btw voor je cliënt veiliggesteld door het standpunt in te nemen dat de btw in de opfokkosten ook in aanmerking moet komen voor herziening? dan is je missie geslaagd, nu de hoge raad gelijkluidend heeft beslist. de btw-aangiften kunnen op dit punt worden afgewikkeld.