Hof Den Haag stelt voorop dat naar de omstandigheden moet worden beoordeeld waar iemand zijn hoofdverblijf heeft. De bewijslast voor toepassing van het 2%-OVB-tarief ligt bij de vrouw. Zij moet aannemelijk maken dat de recreatiewoning haar centrale levensplaats vormt. Volgens het hof slaagt zij daar niet in. Daarvoor zijn de volgende omstandigheden bepalend:
- het aanhouden van de gehuurde kamer;
- het vrijwilligerswerk dat zij daar verricht;
- de kinderen en kleinkinderen die zij daar ziet;
- de in het weekend gepinde kleine bedragen.
De vrouw heeft terecht het algemene OVB-tarief afgedragen voor de verkrijging van de recreatiewoning.