bij een actuariële leeftijdsterugstelling van 5 jaar voor de man en 6 jaar voor de vrouw op de recente sterftetafel, is de commerciële waarde vaak te hoog bij oudere gerechtigden en bij tijdelijke uitkeringen. dat komt doordat de stijging van de toekomstige levensverwachting veel minder impact heeft naarmate gerechtigden ouder worden, of doordat er een eindleeftijd van uitkering is binnen enkele jaren. omdat levensverzekeraars de leeftijdsprognose variabel toepassen naar gelang het verzekerde langlevenrisico, zou dat in eigen beheer ook moeten/mogen. een lagere leeftijdsterugstelling betekent dan een lagere commerciële waarde. daardoor wordt de drempel voor dividenduitkering dus ook lager.