in geschil is of de holding van de ouders een onroerendezaakrechtspersoon (ozr) is. dat is het geval als wordt voldaan aan de bezitseis en de doeleis. aan de bezitseis wordt voldaan. maar aan de doeleis wordt volgens de zoon niet voldaan, omdat de consolidatieregeling van toepassing zou zijn. de doeleis schrijft voor dat de onroerende zaken voor 70% of meer dienstbaar zijn aan de exploitatie, vervreemding of verkrijging van die onroerende zaken. daarbij telt eigen gebruik niet als exploitatie van onroerende zaken. door de consolidatie wordt het bezit van de zoon en zijn ouders samengeteld, met als gevolg dat de holding van de ouders en de werk-bv als het ware één geheel vormen. het vastgoed zou daardoor in eigen gebruik zijn. aan de doeleis wordt dan niet voldaan, aldus de zoon.
rechtbank gelderland toetst of de consolidatieregeling van toepassing is. de holding van de ouders kan als potentiële ozr geconsolideerd worden met een lichaam. dat kan als deze holding samen met de zoon voor minstens een derde belang heeft in een lichaam (lees: tussenhoudster en werk-bv). daarbij moet de zoon, eventueel met zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn (lees: de ouders) een belang van minstens 90% in de holding van de ouders hebben. een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de zoon voorafgaand aan de verkrijging zelf een belang moet hebben in de holding van zijn ouders. dat is niet het geval. de consolidatieregeling is niet van toepassing. aan de doeleis wordt voldaan. de zoon heeft de ovb terecht betaald.
toepassing bor?
ook het beroep van de zoon op de bedrijfsopvolgingsregeling (bor) wijst de rechtbank af. de holding van de ouders moet daarvoor een materiële onderneming drijven, waaraan de onroerende zaken dienstbaar zijn. aan dat criterium voldoet de holding van de ouders niet.