deze zaak ligt momenteel bij de hoge raad. de advocaat-generaal (a-g) hartlief heeft onlangs zijn conclusie uitgebracht. hij acht de directe opeising door de investeerders naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. partijen zijn beide professionals die met hun advocaten tot in de detail hebben onderhandeld over de inhoud van de vaststellingsovereenkomsten. volgens de a-g moet in dat geval bij de uitleg van de  overeenkomsten de nadruk liggen op de taalkundige betekenis van de bewoordingen. in de derde overeenkomst staat dat bij niet tijdige of niet volledige betaling door de bv de investeerders directe en volledige betaling kunnen eisen. er is daarbij niets vastgelegd over het belang van de duur van de overschrijding van de betalingstermijn. de bv motiveert onvoldoende dat partijen een andere uitleg bedoelden. het wachten is nu op het oordeel van de hoge raad.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief