hof arnhem-leeuwarden draait het eerdere oordeel van rechtbank gelderland terug. de rechtbank oordeelde dat de paardenbak met stallen en de weidegronden aanhorigheden waren bij de woning en dat de renteaftrek als eigenwoningrente in box 1 ten onrechte was geweigerd. het hof oordeelt dat er sprake is van een aanhorigheid als een gebouw behoort bij, in gebruik is bij en – naar de omstandigheden beoordeeld – dienstbaar is aan de woning. voor de vraag of een bouwwerk behoort bij de woning zijn deze zaken van belang:

  • de afstand tussen de woning en de aanhorigheid;
  • de bouwkundige situatie; en
  • de bereikbaarheid van de aanhorigheid vanuit de woning.

geen aanhorigheid
volgens het hof is hierbij niet doorslaggevend of dat bouwwerk een functie heeft binnen de privésfeer, zoals in dit geval voor de uitoefening van een hobby. dit valt onder de vraag of het bouwwerk in gebruik is bij de eigen woning. de vraag of het bouwwerk dienstbaar is aan –  en daarmee in zekere zin niet onafhankelijk functioneert van de eigen woning –  moet worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken van het bouwwerk zelf in relatie tot die van de woning. op grond van de objectieve kenmerken ervan is de paardenaccommodatie een zodanig zelfstandig functioneel bouwwerk, dat het niet als dienstbaar aan een ander gebouw – en daarmee als aanhorigheid – kan worden aangemerkt. de paardenaccommodatie is, met alle bijbehorende voorzieningen, ontworpen en gebouwd om zelfstandig te functioneren ten opzichte van de woning, namelijk als manege. de paardenaccommodatie is als zodanig in gebruik, ook al vindt dat gebruik plaats in de hobbymatige sfeer. daardoor moet de paardenaccommodatie los worden gezien van de woning en de woonfunctie die de woning heeft. de renteaftrek is terecht geweigerd.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief