Volgens het hof spelen de volgende feiten en omstandigheden een rol bij de beoordeling van de aanwezigheid van IB-ondernemerschap in deze zaak:

  • De paprikatopper loopt ondernemersrisico, onder meer voor aansprakelijkstelling in geval van schade en wanprestatie. Het hof merkt hierbij op dat het er niet toe doet of het risico zich daadwerkelijk heeft voorgedaan, maar of het risico voor rekening van de paprikatopper komt. Het ontbreken van een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering doet daar niet aan af.
  • De paprikatopper heeft wel geïnvesteerd in onder andere gereedschap, hulpmiddelen, een mobiele telefoon en pc. Het hof voegt hieraan toe dat er zelfs sprake is van ondernemerschap als de paprikatopper geen investeringen in activa zou hebben gedaan. De Hoge Raad heeft namelijk al in 1992 (16 september 1992, nr. 27 830, BNB 1992/370) bepaald dat er dan sprake kan zijn van een onderneming in de vorm van een zelfstandig uitgeoefend beroep.
  • De paprikatopper bepaalt zelf wanneer hij werkt.
  • In het geval van ziekte of vakantie kan de paprikatopper zich laten vervangen.
  • Het ontbreken van reclameactiviteiten staat niet aan het ondernemerschap in de weg, omdat reclame voor deze ondernemer niet de geëigende manier is om nieuwe opdrachten binnen te halen.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief