de hoge raad draait met deze uitspraak het oordeel van hof den bosch terug. het hof oordeelde namelijk dat de parkeerdienst alleen een middel is om optimaal gebruik te kunnen maken van de hoofdprestatie. de parkeerdienst was volgens het hof wel een bijkomende prestatie bij de hoofdprestatie. het btw-tarief van deze dienst was daarom ook 6% (nu: 9%).
in lijn met eerdere uitspraak
de hoge raad oordeelde in 2018 in gelijke zin in de zaak over het btw-tarief voor parkeren bij het nationaal park de hoge veluwe. in die zaak vormde het parkeren ook een zelfstandige prestatie, die belast is tegen het algemeen tarief van 21%. alleen daar waar het park ook toegankelijk was voor auto’s, en bezoekers dus met hun auto het park ingaan, kon het 6% (nu:9%)-tarief wel worden toegepast op de extra vergoeding die zij daarvoor betalen.
conclusie
op basis van de rechtspraak tot nu toe kan worden geconcludeerd dat vooral de feiten en omstandigheden bepalen of een parkeerdienst een bijkomende of een zelfstandige prestatie is.