de hoge raad oordeelt dat de inbreng in de bv en het aangaan van het partnerschip enkele dagen erna in hun onderlinge samenhang moet worden beschouwd. gelet op de bewoordingen van de partnershipovereenkomst en de verdeling van risico en winst en verlies, blijft het echtpaar winst uit onderneming genieten. dit is zelfs zo als de kernactiviteit van de onderneming in de bv is ingebracht. er vindt dan geen omzetting plaats van een ib-onderneming naar een onderneming in bv of nv, waarvoor de faciliteit van geruisloze inbreng is bedoeld.

beroep op goedkeuring

ook het beroep op de goedkeuring van standaardvoorwaarde 4.1.1 uit het besluit van 30 juni 2010 biedt geen uitkomst. deze goedkeuring staat een onttrekking van bepaalde vermogensbestanddelen toe in het kader van een geruisloze inbreng. maar de gerechtigdheid van de echtgenoten tot het partnership is volgens de hoge raad een zelfstandig deel van de ingebrachte onderneming. dit zelfstandige deel is expliciet uitgesloten van de goedkeuring.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief