“de rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld die – naar haar weten – niet eerder aan een rechter is voorgelegd en die in de vakliteratuur tot op heden als een vooral theoretische mogelijkheid is besproken.” een mooie taak voor de rechtbank! de rechtbank stelt dat er voor de nsw-vrijstelling twee berekeningen moeten worden gemaakt, te weten a en b. berekening a maakt duidelijk wat het bedrag is van de volgens de aanslag verschuldigde erfbelasting. uit berekening b volgt de erfbelasting die verschuldigd zou zijn als de waarde van het landgoed op nihil wordt gesteld. bij die laatste berekening moet je uitgaan van de liquidatiewaarde van het ondernemingsvermogen, voorzover die hoger is dan de going concernwaarde.

verweer niet effectief
arjen stelt dat door deze berekeningsmethodiek de nsw-faciliteit niet ten volle kan worden benut, maar daar gaat de rechter niet in mee. in dit geval is bijna geen erfbelasting verschuldigd over het nsw-landgoed door de bor. op het kleine deel van het nsw-landgoed dat niet is vrijgesteld op grond van de bor ziet de nsw-faciliteit, die aanvullend een bedrag buiten invordering stelt. daarmee wordt het doel van de nsw behaald. arjen haalt opnieuw bakzeil.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief