nederland geeft hiermee uitvoering aan de uitspraak van het eu-hof van justitie van 9 februari 2019, ecli:eu:c:2017:102. deze zaak betrof een in spanje wonende nederlandse dga met een bv in nederland. zijn wereldinkomen genereerde hij voor 60% uit de nederlandse bv en voor 40% uit een zwitserse vennootschap. de dga had geen inkomen in spanje. hij bracht de negatieve inkomsten uit zijn spaanse eigen woning in nederland in aftrek. het eu-hof van justitie oordeelde dat nederland die aftrek als werklidstaat voor 60% moest verlenen.
nederlands antwoord op een opmerkelijke uitspraak
dit was een opmerkelijke uitspraak. niet-ingezetenen van nederland konden immers tot dan toe alleen persoonlijke aftrekposten claimen in nederland als zij 90% of meer van het gezinsinkomen in nederland verdienden. dit standpunt is gebaseerd op het zogenoemde ‘schumacker-arrest’. het eu-hof achtte het echter niet van belang hoeveel inkomen in de werklidstaat wordt verdiend, maar of er 90% of meer buiten de woonlidstaat (in casu spanje) wordt verdiend. hierbij definieert het eu-hof het begrip werkstaat als ‘elke lidstaat die heffingsbevoegd is over een deel van het arbeidsinkomen’. voor het claimen van de persoonlijke aftrekpost achtte het eu-hof het ook niet van belang of de belastingplichtige een deel van zijn inkomen in een niet-lidstaat/ derde land (in casu zwitserland) verdient.
sinds deze uitspraak was het wachten op een reactie uit nederland. die is er nu gekomen in de vorm van dit beleidsbesluit.
tip
heb je cliënten in een vergelijkbare situatie van wie de ib-aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat? voor hen kun je – met een beroep op dit besluit – een verzoek om pro rata-aftrek indienen bij de belastingdienst. staat de ib-aanslag al vast? in dat geval kun je een bezwaarschrift indienen of een verzoek om ambtshalve vermindering.