het ‘doenvermogen’ van belastingplichtigen zal onder het nieuwe box-3-stelsel meer worden aangesproken. zij worden verplicht om een ingewikkelde vermogensvergelijking te maken. daarnaast zullen 1,6 miljoen belastingplichtigen een administratieplicht krijgen. zij moeten immers zelf bijhouden tot welke categorieën (zoals bank- en spaartegoeden, aandelen en vastgoed) hun vermogensbestanddelen behoren.
budgettaire neutraliteit
de raad van state meent ook dat het uitgangspunt van de regering – dat het nieuwe box-3-stelsel evenveel moet opbrengen voor de staatskas als het oude stelsel – een zorgvuldige en integrale afweging tussen de verschillende belangen belemmert. daarbij zou rechtmatigheid voorop moeten staan. daarnaast spelen de uitvoerbaarheid, het hiervoor aangehaalde ‘doenvermogen’ van belastingplichtigen, de eenvoud van het nieuwe stelsel en het behalen van een budgettaire opbrengst een belangrijke rol.
alternatieve denkrichtingen
de raad van state geeft enkele alternatieve denkrichtingen mee die de regering zou kunnen betrekken bij de vormgeving van een ander nieuw box-3-stelsel. zo gaat zij onder meer in op de mogelijkheid van toch weer een forfaitair box-3-stelsel of een vermogenswinstbelasting.