De vrouw stelt ook dat de belastingadviseur niet gemachtigd zou zijn om haar aangifte IB 2010 te doen. Het hof verwerpt die stelling, omdat tot aan de dag van de indiening van de aangiften in 2012 uit niets is gebleken dat zij de machtiging heeft beëindigd. Bovendien had het meer voor de hand gelegen dat de vrouw zelf een herziene aangifte had ingediend.