artikel 10a vpb vormt volgens het hof weliswaar een beperking op de uitoefening van de vrijheid van vestiging, maar deze beperking kan volgens de europese rechter worden gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang, die evenredig is aan het doel. het hof wijst erop dat de belastingplichtige het vermoeden van een volstrekt kunstmatige constructie kan weerleggen door de tegenbewijsregeling. wanneer een te hoge rente wordt betaald, dan is de correctie slechts van toepassing op het bovenmatige deel. als de lening zelf geen enkele economische rechtvaardiging heeft, dan is het verenigbaar met het evenredigheidsbeginsel om de aftrek geheel te weigeren.
kortom, de discussies met de belastingdienst over de renteaftrekbeperking van artikel 10a vpb blijven onverminderd doorlopen.
voor vragen kun je contact opnemen met raymond terpstra, fiscalist internationaal